Introductie
Half januari 2024 schreven Bart Bruijn (huisarts) en Luc Pluijmen (gezondheidswetenschapper) het onderstaande opiniestuk. Ze stuurden het naar de NRC. De NRC besloot het stuk niet te plaatsen met de reden dat er al zoveel stukken over ‘de zorg’ verschijnen.
En inderdaad, op 22 januari 2024 verscheen in het NRC het artikel ‘Wie gaat voor de ouderen zorgen? ‘De professional maakt het bed op, de mantelzorger stofzuigt en doet de was’. De ‘experts’ (ik zoek nog steeds naar een definitie van dat woord) kregen daar de ruimte om te praten over de zorg. Jullie kunnen het je vast wel herinneren. Het was het stuk waarin geïntroduceerd werd dat we er maar aan moeten wennen dat de zorg minder wordt:
„We moeten er maar aan wennen”, zegt gezondheidseconoom Jochen Mierau van de Rijksuniversiteit Groningen. „De zorg komt op een lager pitje te staan.”
Met andere woorden: we moeten er maar aan wennen dat binnen dit zorgstelsel het niet gaat om mensen maar om producten. Ook al doen alle zorgprofessionals hun uiterste best om het nog menselijk te laten zijn of blijven.
Het was zo goed en zinvol geweest om (destijds) juist dit opiniestuk van Bart en Luc als tegenwicht te plaatsen: een andere oplossing van de problemen binnen de zorg. De lezers de kans te geven zélf te laten oordelen over wat zij graag willen (in plaats van een paar experts). Beide kanten van de medaille benoemen betekent blijven verbinden.
Hierbij daarom alsnog voor iedereen te lezen het opiniestuk van Bart en Luc uit 2024, actueler en urgenter dan ooit.
Verbeter de zorg, begin bij de bron van de mislukking.
Het zou en had zo mooi kunnen zijn.
“Vertrouwen terug naar zorgverleners”. “Naar de menselijke maat”. “Minder bureaucratie.” “Meer samenwerking, minder concurrentie”. “Werken in de zorg moet aantrekkelijker worden”. “Zorg betaalbaar houden”. Verkiezingsprogramma’s stonden er ook de laatste ronde weer vol mee.
Ondertussen ontbrak in de meeste programma’s en plannen van politieke partijen de bron van het belangrijkste probleem rondom de zorg. Blijkbaar is het, om een of andere reden, nogal lastig om te erkennen wat die bron is:
Dat we in Nederland al 18 jaar lang een zorgstelsel hebben dat fundamenteel niet-passend was, niet-passend is en niet-passend zal blijven. Een 18-jarige die nooit volwassen zal worden.
Het uitgangspunt van het huidige zorgstelsel is namelijk dat het zorg reduceert tot iets wat het niet is: een product. Burgers worden tot zorgconsumenten en zorgverleners tot zorgproducenten gereduceerd en weergegeven in cijfers en data, vanuit een fictief, wantrouwend en smal mensbeeld. In een systeem dat geleid wordt door geld. Vanuit de illusie dat kosten te beheersen zijn en zorg beter wordt via nep-concurrentie die vooral leidt tot veelmeterij die weinig van doen heeft met wat zorg is. En de illusie dat zorgverzekeraars kunnen inkopen op kwaliteit.
Het zorgstelsel laat vanuit dat simplistische “denken” de menselijke maat, verbinding, vertrouwen en werkplezier juist verdwijnen. En het laat de kosten, overtollige bureaucratie en vervreemding alleen maar verder groeien, vanwege een schijnwereld die door het zorgstelsel zelf gecreëerd is.
Dat dit schaadt en niet langer zo door kan gaan mag nu toch wel kraakhelder zijn. Maar hoe dan te komen tot een wel passend zorgstelsel?
Het antwoord daarop is niet eens zo lastig en al helemaal niet nieuw:
Begin bij wat zorg wel is en houd het eenvoudig. Zorg is húlp. Geen product. Hulp wordt gegeven vanuit een vertrouwensrelatie. Die relatie, tussen de vakmensen en hulpbehoevenden, is de kleinst denkbare eenheid in zorg. Een passend zorgstelsel neemt die relatie als uitgangspunt. Juist om recht te doen aan unieke context en aan hoe ingewikkeld zorg op zichzelf al is.
De menselijke maat, verbinding, vertrouwen, vakmanschap, eenvoud en werkplezier zullen er wel bij varen. En de betaalbaarheid ook! Overtollige bureaucratie niet, maar die kan dan ook gemist worden als kiespijn.
Dat zorgverleners verantwoording afleggen blijft uiteraard nodig, maar wel met nadruk op waar verantwoording over moet gaan: leren. En dat betekent ook: niet doorslaan in controleren. Dat werkt leren juist tegen.
Het is tijd om weer vertrouwen te tonen in zorgverleners. En wel door zorgverleners de ruimte te laten en verantwoordelijkheid voor kwaliteit én kosten weer neer te leggen waar die hoort: bij hen, zorgverleners, die in relatie staan tot mensen die hulp behoeven.
De verantwoordelijkheid voor kosten is met invoering van huidig zorgstelsel namelijk onterecht bij zorgverzekeraars neergelegd en bij zorgverleners weggehaald. En daarmee ook het vertrouwen in zorgverleners. U weet wel, dat vertrouwen in zorgverleners, waar al die verkiezingsprogramma’s zo vol mee stonden.
Bart Bruijn (huisarts) en Luc Pluijmen (gezondheidswetenschapper)
Eén reactie
TRANSACTIES kan je nog als integraal maar afgebakend product neerzetten. Maar zorg gast vooral over TRAJECTEN.
Dat vergt een complex samenspel van organisatie, expertise, samenhang, weging, continuïteit, service, verbinding & vertrouwen (RELATIE).
Met alle mechanisatie wordt dat laatste eruit geperst.
De herstructurering van zorg is veel groter en ingrijpender dan het Deltaplan. Mensen, ook professionals zijn bang voor nog meer regeldruk, reorganisatiestress en overbelasting.
Er is een “BLIJDE BOODSCHAP” nodig EN mogelijk: door slimme en transparante keuzes, de-escalatie van zorg en meedogenloze reductie van overhead kan DEZELFDE output van goede zorg gegarandeerd worden.
1. Keuzes vanuit politiek en beleid
2. Overhead meedogenloos reduceren in alle lagen van het stelsel
3. De-escalatie van zorg
4. Maatschappelijke problemen NIET bij het zorgstelsel parkeren (heel duur, werkt niet)
5. Stoppen met schadelijke, onbewezen en marginaal nuttige zorg (de professie moet dit ZELF gaan doen)