In deel 1 beschreef ik hoe skill-based leren werkt als toverwoord. Skill-based leren kan werken voor afgebakende handelingen. Maar een handeling is iets anders dan een professioneel oordeel. Wie verdient er nu precies aan? Wat had dat geld kunnen opleveren? En waarom komt het bewezen alternatief, de in-service-opleiding, niet terug? Dat zijn de vragen in dit tweede deel.
Persoonlijke noot
Ik leerde het vak als A-verpleegkundige niet in een collegezaal. Ik leerde het naast Anneke en Jan, verpleegkundigen met vele jaren ervaring, die mij zonder woorden lieten zien wat ik moest zien. Hoe je een kamer binnenloopt, luistert naar wat mensen niet zeggen en hoe je weet dat er iets mis is voordat een meting dat bevestigt. Dat leer je niet in een module. Dat leer je door erin te staan, jaar na jaar, naast iemand die het al weet. Dat model heet de in-service-opleiding en bestaat vrijwel niet meer. Waarom niet?
Wie het niet bereikt
Ook liet ik in deel 1 zien hoe de subsidielogica werkt: de markt past zich aan op de regeling, niet op de behoefte. Maar er is nog een kant die amper benoemd wordt: wie het geld structureel níet bereikt.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht het al in 2019. Laagopgeleide werkenden scholen zich twee keer minder vaak dan hoogopgeleiden. Die kloof is sindsdien niet gekrompen. Vertaalt naar de zorg: de verpleegkundige die al goed opgeleid is en de weg kent naar subsidies, pakt een module. De helpende met mbo-2, die nauwelijks de weg kent en van wie de zorg het hardst nodig heeft dat ze bijgeschoold wordt, blijft buiten beeld.
Het geld bereikt systematisch de mensen die het minst nodig hebben. Dat is helaas de structurele uitkomst van een systeem dat scholing organiseert als markt in plaats van als publieke investering.
Waarom het alternatief niet terugkomt
Als de in-service-opleiding zo goed werkt, de cijfers van SEO Economisch Onderzoek laten daar weinig twijfel over bestaan, waarom is ze dan verdwenen en waarom komt ze niet terug?Dat betekent niet dat het eenvoudig is. De begeleiding op de werkvloer staat onder druk. Maar dat is geen argument tegen in-service, het is juist een argument om het goede te doen.
Drie redenen
Geld op de korte termijn
Toen de opleiding in de jaren tachtig en negentig werd overgeheveld naar het reguliere onderwijs, verdwenen de kosten uit de zorgsector naar het OCW-budget. Voor instellingen was dat aantrekkelijk. Terugkeren betekent die kosten weer zelf dragen — ook al zijn ze op de langere termijn lager dan wat instellingen nu kwijt zijn aan werving en vervanging van vertrekkende medewerkers.
Het systeem van prikkels klopt niet
Zorginstellingen worden afgerekend op zorgproductie per medewerker, niet op opleidingsinspanning. Een manager die twintig leerlingen aanneemt heeft op korte termijn meer gedoe en minder directe productie. De baten — minder verloop, meer expertise, lagere wervingskosten — staan niet in zijn kwartaalcijfers.
De beroepsgroep zelf
V&VN heeft jarenlang gevochten voor erkenning van verpleegkunde als hbo-beroep. Terugkeren naar de in-service-opleiding voelt voor een deel van de beroepsgroep als statusverlies. Maar de vergelijking klopt niet: het gaat niet om hbo versus in-service. Het gaat om in-service versus een vloedgolf aan skill-based modules die de klinische blik uitholt.
Wat er zou moeten gebeuren
Het antwoord is niet ingewikkeld. Maar het is politiek vervelend omdat er geen quick-fix is. Stop met het subsidiëren van drie-uur-durende modules voor €2.200 per deelnemer. Gebruik datzelfde geld voor salariskosten van leerling-werknemers en begeleiding in de praktijk. Stel als harde eis dat scholing aantoonbaar bijdraagt aan betere zorg en niet aan correct ingevulde formulieren.
Heb het lef om eerlijk te zeggen dat het probleem in de zorg geen scholingsprobleem is, maar een arbeidsmarktprobleem. Mensen lopen weg vanwege werkdruk, salaris en waardering.
Paul Bos noemde het ‘Vooruit naar Vroeger’. In de zorg is het geen filosofie. Het is de meest concrete beleidsaanbeveling die er ligt: breng de opleiding terug naar de werkvloer, geef de leerling een salaris en een mentor, en meet over vijf jaar niet hoeveel modules er zijn afgenomen maar hoeveel mevrouw Bakker veiliger woont.
De zorg is niet te duur. We geven het geld alleen aan de verkeerde dingen.
DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar die kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis