De afgelopen tijd zat ik vaker dan normaal in de auto. Radio aan (Radio 5, de ouderenzender) en daar hoorde ik in het STER-blok regelmatig een reclame van Vebego Zorgservice voorbij komen. Dat maakte me nieuwsgierig.
Dus ben ik wat dieper in hun ‘onafhankelijke’ onderzoek Zorgkoers 2026 gedoken. Interessant rapport, je kunt het via de website zo downloaden, maar ook een mooi voorbeeld van hoe framing werkt.
Even over die onafhankelijkheid
Zorgkoers 2026 is een initiatief van Vebego Zorgservice, uitgevoerd door Markteffect en gefinancierd door Vebego zelf. Dan kun je je afvragen hoe onafhankelijk dat is. Of zoals we vroeger zeiden: WC-eend adviseert WC-eend.
Representativiteit en selectie
Het onderzoek is gebaseerd op zo’n 600 respondenten. In een sector met ongeveer 1,5 miljoen medewerkers is dat uiteindelijk zo’n 0,04%. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar dan wil je wel weten wie die 0,04% zijn.
De 8 bestuurders in het onderzoek zijn geselecteerd via een netwerkmethodiek. Dat betekent simpel gezegd dat je mensen spreekt uit je eigen kring. Dat levert zeker inzichten op, maar heeft ook een duidelijk risico: je hoort vooral wat al in dat netwerk leeft. De zorgprofessionals zijn benaderd via een online panel (Nationaal onderzoekpanel van Markteffect). Ook dat is een bekende methode, maar geen willekeurige doorsnede van de sector. Alles bij elkaar maakt dat het lastig om te zeggen hoe representatief de uitkomsten echt zijn.
Inhoudelijk: herkenbaar, maar…
Wat er in staat is herkenbaar. Werkdruk is hoog, er is te weinig tijd voor patiënten en er gaat veel tijd op aan zaken die niet direct met zorg te maken hebben. Dat beeld klopt ook met andere onderzoeken. De cijfers lijken ook te kloppen. Een groot deel van de respondenten ervaart hoge werkdruk en een meerderheid zegt open te staan voor externe ondersteuning.
Maar vervolgens wordt dat vertaald naar de conclusie dat externe partners een strategische noodzaak zijn. Dat is bijzonder, want dat is geen feit meer, maar een interpretatie.
Wat meten die cijfers eigenlijk?
De cijfers in het rapport gaan vooral over beleving. Over wat mensen ervaren, denken en willen. Niet over gemeten tijdsbesteding, harde oorzaken of objectieve productiviteit.
Als bijvoorbeeld wordt gezegd dat 50% meer tijd aan zorg wil besteden en dat slechts 34% dat haalt, dan klinkt dat best heel hard. Maar het blijft een inschatting van respondenten. Daarmee komen we op een heel belangrijk punt. Want uit andere onderzoeken blijkt dat werkdruk door meerdere factoren wordt bepaald. Personeelstekorten, bureaucratie, registratiedruk en steeds complexere zorg spelen allemaal een rol.
In dit rapport wordt dat teruggebracht tot één hoofdlijn: het probleem zit vooral in de inrichting van het werk. Net alsof alle andere factoren niet bestaan en dat is een keuze. Bewust of onbewust.
De oplossing ligt opvallend vast
Het rapport stelt dat het geen capaciteitsprobleem is, maar een inrichtingsvraagstuk. En de oplossing ligt volgens het rapport in anders organiseren, ontlasten en het inzetten van externe partijen. En dat alles wordt vrij stellig gebracht, met formuleringen als “onmisbare schakel”.
Maar als je naar de cijfers kijkt, zie je meer nuance. Een deel van de respondenten staat open voor externe ondersteuning, maar een groot deel is neutraal en een aanzienlijk deel zelfs negatief. Dat is iets anders dan een eenduidig draagvlak en tóch wordt het wel zo gepresenteerd.
De plekken waar dit rapport ter sprake komt
Zoals al gezegd komt het rapport niet alleen via LinkedIn voorbij, maar ook via partnercontent bij BSL Media & Learning (o.a. Skipr en Zorgvisie), een drie-delige podcastserie en zelfs via radiocampagnes (STER). Dat is geen toevallige verspreiding van ‘we kijken wel wie het oppakt’ maar een slim georganiseerde campagne. Heel simpel gezegd: Onderzoek + media + marketing = bereik en beïnvloeding. Niks mis mee natuurlijk maar noem het dan ook zo en laat het woord ‘onafhankelijk weg’.
Wat blijft dan over?
Dit is geen wetenschappelijk onderzoek. Het is eerder een position paper met data. Een goed onderbouwd verhaal, met een duidelijke richting. En dat zie je terug in de taal, de voorbeelden en de aanbevelingen.
Wat opvalt, is wat er niet in staat. De rol van bureaucratie, beleid en structurele personeelstekorten blijft onderbelicht. Net als alternatieve oplossingsrichtingen.
De focus ligt vooral op herinrichten, ontlasten en uitbesteden. Dat is allesbehalve toeval.
Mijn gedachte
Het rapport bevat zeker wel echte signalen uit de zorg, maar de oplossingsrichting is allesbehalve neutraal.
Conclusie
Lees het rapport vooral, maar lees het zoals je eigenlijk elk rapport moet lezen: Wie betaalt? Wie selecteert? Wie profiteert van de uitkomst? Dan ga je anders kijken, anders doen en zie je opeens een stuk meer.
DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar die kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis