In en Aan de Zorg

Waarom de zorg vastloopt in mooie woorden: taal telt

Wie de zorg een beetje volgt, hoort steeds dezelfde woorden terugkomen. Het gaat over: transitie, innovatie, opschaling, ecosystemen, duurzaamheid, veerkracht, zeggenschap of nieuw leiderschap. Die woorden klinken hoopvol, vooruitstrevend en positief. Ze suggereren vooruitgang en beweging. Maar wie goed luistert, hoort vooral herhaling We horen deze taal al jaren, terwijl de problemen hardnekkig blijven bestaan.

Geen toeval

Dat is geen toeval. De zorg heeft, net als veel andere sectoren, een eigen taal ontwikkeld: beleids-taal. Woorden waarmee problemen bestuurbaar worden gemaakt. Maar eigenlijk is het meer dan dat. Het gaat hier ook om bestuurstaal, beleidsjargon of systeemtaal. En als je nog wat dieper kijkt, in de kern legitimatie-taal. Taal die bestaande structuren legitimeert (rechtvaardigt) en beschermt. Die plannen mogelijk maakt, subsidies ontsluit met toverwoorden als passend of zelfredzaam en besluiten gladstrijkt, zonder het systeem zelf ter discussie te stellen.

In dit artikel ga ik in op een aantal aspecten van legitimatie-taal.

De andere kant van woorden

Woorden doen er toe. Neem het personeelstekort. In de praktijk betekent dat: te weinig mensen op de werkvloer, hoge werkdruk en uitval. In beleidstaal wordt het een arbeidsmarktvraagstuk waarvoor innovatieve oplossingen nodig zijn en hoge werkdruk wordt een veerkrachtthema. Dat klinkt verstandiger, maar het verschuift de kern. Want over roosters, beloning, autonomie en tijd voor zorg wordt dan nog maar zelden gesproken.

Beheersbaarheid als startpunt

Dat deze taal geen toeval is, constateerden we al eerder. Ze hoort namelijk bij een bestuurscultuur die controle en beheersbaarheid nodig heeft. Beheersingsjargon zou je deze taal ook kunnen noemen. Alles moet meetbaar, vergelijkbaar en verantwoordbaar zijn. Alles wat niet meetbaar is, nabijheid, vertrouwen, professionele intuïtie (klinische blik), wordt al snel onzichtbaar of verdacht. Het systeem zegt dan niet hard ‘nee’, maar fluistert een indirect ‘nee’ via dashboards, indicatoren en formats.

Verdoezel- of vaagtaal

Legitimatie-taal werkt ook als verdoezeltaal. Ze verzacht pijnlijke realiteiten. Bezuinigingen worden transities of efficiëntieslagen. Schaarste wordt toekomstbestendigheid. Afwenteling heet eigen regie. Zo worden conflicten verdunt tot processen. Dat maakt de taal ook tot verdunningstaal: scherpe problemen lossen niet op, maar waaieren uit tot abstracte begrippen waar niemand eigenaar van is. En altijd klinkt het collectieve ‘wij’: ‘wij moeten het samen doen’. Wat stilzwijgend betekent: maar u iets meer dan wij.

Onvermijdelijkheid

Een ander kenmerk is onvermijdelijkheid. Digitalisering gebeurt nu eenmaal. De toekomst vraagt aanpassing. Transities laten zich niet tegenhouden. Door zo te spreken, verdwijnen alternatieven uit beeld. Wie vragen stelt bij richting of tempo, geldt al snel als niet constructief of als te negatief.

Zo bepaalt taal wie mag meepraten. Wie de juiste woorden gebruikt, wordt gehoord. Wie ze bevraagt, staat buiten.

Congrestaal of toverwoordentaal

Deze taal werkt uitstekend op congressen, in beleidsnota’s, subsidieaanvragen en oneliners voor politici en bestuurders. Ze is vloeiend, optimistisch en vanzelfsprekend internationaal. Maar op de werkvloer klinkt een andere taal: te weinig tijd, te weinig mensen en te weinig ruimte om het goede te doen.

Dat verschil is geen misverstand, maar een machtsverschil.

Deze taal verkleint het denkbare. Wie voortdurend spreekt in transitietermen, kan moeilijk nog simpel zeggen: dit werkt niet, dit is onrechtvaardig, dit kost mensen. De taal organiseert wat gezegd kan worden. Maar vooral ook wat niet meer gezegd hoeft te worden.

Afsluitend

Legitimatie-taal is geen lege taal. Ze is functioneel. Ze maakt beleid mogelijk zonder strijd, verandering zonder schuld en actie zonder keuze. Juist daardoor houdt zij het bestaande systeem in stand. Wie voortdurend spreekt over innovatie, hoeft niet te erkennen dat oude structuren blijven domineren.

Het is tijd om deze taal niet alleen te begrijpen, maar soms ook te weigeren. Dat betekent niet stoppen met organiseren, maar wel steeds terugvertalen naar gevolgen: meer of minder tijd voor patiënten, meer of minder zeggenschap voor professionals, meer of minder menselijkheid in het dagelijks werk.

Soms begint verandering niet met nieuwe plannen, maar met het weigeren van lege woorden.

In drie zinnen

Zorg is geen managementconcept en geen toekomstvisie.

Zorg gebeurt tussen mensen, hier en nu.

En dat vraagt geen mooie taal, maar eerlijke woorden.

DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar die kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis

De artikelen lezen op deze website is gratis. Wil jij mij vrijwillig steunen met een kleine donatie voor het bouwen, hosten en onderhouden van deze website én de tijd die ik hier aan spendeer? Dan ben ik daar erg blij mee!