Hieronder een aantal feiten over Stichting SKF. En over hoe SKF alle collega fysiotherapeuten ongewenst in haar macht houdt d.m.v. machtsspelletjes en financiële chantage.
Doel van dit artikel
Mijn doel van dit schrijven is om stakeholders zoals Zorg Instituut Nederland en de NZa te laten inzien dat een commerciële stichting met slechts twee leden niet aan de onderhandelingstafels mag zitten om de kwaliteit van fysiotherapie in Nederland te bepalen. Het mag duidelijk zijn dat kwaliteit door de ALV van de beroepsvereniging, KNGF, bepaald wordt.
Oprichtingsfase SKF (2014)
Stichting en bestuursstructuur
In 2014 wordt SKF opgericht met vier bestuursleden. Deels ex-KNGF bestuurders welke het oneens waren met hun opvolgers: de vijf democratisch gekozen beroepsvertegenwoordigers.
Ieder bestuurslid van de SKF kon oorspronkelijk een termijn van 2 x 3 jaar dienen. De stichting kent deelnemers, maar deze krijgen geen stemrecht of daadwerkelijke inspraak in het besluitvormingsproces. Dan is er ook nog de adviesraad, maar ook deze wordt door de bestuursleden samengesteld.
Conclusie
Er is géén sprake van een democratisch gekozen bestuur of rechtmatige beroepsvertegenwoordiging.
Aantrekkingsstrategie
Om de stichting aantrekkelijk te maken voor de deelnemers en hen financieel afhankelijk te maken van de SKF, worden er tijdens de oprichting in de achtergrond afspraken gemaakt met een aantal zorgverzekeraars. Deze afspraken behelzen het hanteren van hogere tarieven voor de deelnemers van SKF. Dat gaat ten koste van niet SKF deelnemers (de rest van de beroepsgroep); er is immers maar 1 pot geld te verdelen en als er 1 meer krijgt, moet een ander minder krijgen.
Tevens worden de zorgverzekeraars betrokken bij de oprichting door hen o.a. een plaats te geven in de Raad van Advies. Zo bindt de SKF de zorgverzekeraars aan zich en wordt de rest van beroepsgroep gespleten en buiten spel gezet.
Uitrol van het kwaliteitsregister
Basis en afwijzing
Na de oprichting wordt het “kwaliteitsregister” geïntroduceerd. Een register dat wetenschappelijk echter geen bewezen kwaliteit kan aantonen. Dit register is kosteloos gebaseerd op “geleende” kennis van de beroepsvereniging KNGF.
Een register welke de KNGF leden, als basis voor kwaliteit, in een eerder democratisch proces hebben afgewezen. Het nu opnieuw optuigen van dit kwaliteitsregister gebeurt allemaal tegen de wil van het grootste deel van de beroepsgroep in.
Betekenis van de organisatie
Het register dient als instrument om de positie van SKF binnen de fysiotherapie te versterken ten koste van niet SKF leden, maar roept tegelijkertijd veel vragen op over de ethische en wetenschappelijke legitimiteit van de wijze waarop dit tot stand is gekomen.
Bestuurswijziging en machtsconcentratie
Verwijdering van bestuursleden
Na twee statutaire termijnen van drie jaar worden de twee vrouwelijke bestuursleden uit het bestuur bedankt, zoals het volgens de statuten hoort.
Voortzetting door twee overgebleven bestuurders
Dr. Kiers en dhr. Gosseling zetten hun bestuursperiode echter voort met de in uitzondering toe te passen statutaire maximale extra periode van drie jaar.
Statutaire wijziging
Oorspronkelijk vereisen de statuten een minimum van drie bestuursleden. Op 9 september 2021 worden daarom de statuten conveniërend gewijzigd zodat nog maar twee bestuursleden vereist zijn.
Termijnverlenging
Daarnaast wordt, om de macht bij de 2 heren te houden, in de nieuwe statuten besloten om de termijnen van de twee overgebleven bestuurders met 2 x 4 jaar te verlengen. Hierdoor hebben zij effectief de controle over SKF van 14 oktober 2014 tot 9 september 2029.
Dat is voor een Stichting meer dan uitzonderlijk en roept de vraag op: waarom willen de heren dit zo graag?
Economische en bestuurlijke implicaties
Differentiatie binnen de beroepsgroep
De oorspronkelijke en huidige bestuursstructuur biedt de betrokken zorgverzekeraars, waaronder Achmea, CZ, Z&Z, VGZ en Menzis, de mogelijkheid om ten koste van de beroepsgroep te differentiëren en een ‘verdeel en heers’ spel te spelen waar dankbaar gebruik van wordt gemaakt. Dit leidt ertoe dat de beleidsvoering van SKF, waar de deelnemers geen invloed op hebben, aansluit bij de wensen van deze zorgverzekeraars. En krijgen zorgverzekeraars en SKF samen de volledige beroepsgroep (ondemocratisch) in haar greep.
Tariefdruk
Uiteindelijk ontvangen de SKF-deelnemers tarieven die wat hoger liggen, maar nog steeds niet kostendekkend zijn. Aangezien het macro-budget voor fysiotherapie beperkt is, worden de collega’s die zich aansluiten bij het kwaliteitshuis van de beroepsvereniging KNGF benadeeld. En daarmee wordt een goede CAO, welke werkgevers en werknemers al jaren samen proberen te bereiken onmogelijk gemaakt. Dit toont aan dat de (economische) belangen van de zorgverzekeraars en SKF zwaarder wegen dan die van alle betrokken fysiotherapeuten.
Juridische analyse
Transparantie en inspraak
Het uitsluiten van de deelnemers bij de besluitvorming van SKF en de geheimhouding rondom afspraken met zorgverzekeraars staan haaks op de principes van transparantie en participatie die in goed bestuur centraal staan.
Statutaire wijzigingen en bestuursrecht
De wijziging van de statuten, van minimaal drie naar twee bestuursleden, in combinatie met de termijnverlenging van de extra 2 x 4 jaar, duidt op een bewuste voorzetting van een machtspositie. Juridisch kan dit vragen oproepen over de naleving van de oorspronkelijke statutaire intenties, afgezien van morele afwegingen.
Kwaliteitsregister
SKF heeft het door het KNGF bedacht en ontwikkelde Kwaliteit in Beweging ( KiB ) gekopieerd. Dit konden de bestuurders SKF eenvoudig doen aangezien ze kort daarvoor afgetreden waren als KNGF-bestuurders. Het KNGF heeft bij het aantreden van een nieuw bestuur het KiB niet afgestemd doch kort on hold gezet en een aantal maanden later verder ontwikkeld als Masterplan KiB (MKiB).
Mijn vraag…. is dit geen schending van het KNGF eigendomsrecht door oud KNGF bestuursleden? Ethisch gezien verdient het niet de schoonheidsprijs.
Economische belangen
De strategische positionering van SKF, in nauwe samenwerking met een aantal grote zorgverzekeraars, heeft directe grote economische gevolgen voor alle fysiotherapeuten (werkgevers en werknemers) en daarmee het onmogelijk maken van een fatsoenlijke CAO. De tariefdruk op de fysiotherapie is een voorbeeld van hoe bestuurlijke beslissingen economische belangen kunnen dienen, hetgeen juridische vragen oproept op het gebied van marktwerking en mededinging.
Eindconclusie
De gebeurtenissen binnen SKF illustreren een duidelijke verschuiving van een oorspronkelijk neutrale en transparante stichting naar een structuur waarin de totale macht geconcentreerd is in de handen van twee bestuurders, gestuurd en daarom gesteund door zorgverzekeraars. De combinatie van mogelijk geheime afspraken, statutaire uitzonderingen, implementatie van een omstreden kwaliteitsregister zonder enige wetenschappelijke grondslag en het standaard laten afnemen van audits door slechts één bureau , roept ernstige vragen op over de naleving van bestuursrechtelijke principes en de democratische legitimiteit van de organisatie. En over de rol welke zorgverzekeraars hierin spelen.
Met de uitspraak van het hof, dat het bij SKF gaat om een commerciële organisatie met een winstoogmerk, wordt duidelijk dat het niet langer zo kan zijn dat instanties, zoals het Zorginstituut, Zorgverzekeraars Nederland en individuele zorgverzekeraars, zich inlaten met de SKF.
Onlangs bleek dit opnieuw toen het Zorginstituut voorschreef dat SKF een ondertekende partij zou moeten zijn bij de totstandkoming van het kwaliteitskader. Een democratisch gekozen kwaliteitskader wat geen enkele zin heeft als dat niet leidt tot enig perspectief op een kostendekkend tarief. Omdat een kostendekkend tarief logischerwijs geblokkeerd wordt door het SKF-tarief aangezien het budget fysiotherapie maar 1 keer uitgegeven kan worden. Door dit beleid wordt kwaliteit ondemocratisch en onrechtmatig uit de handen van de beroepsvereniging getrokken. Terwijl de ALV van de beroepsvereniging KNGF rechtmatig en volgens simpele logica de enige is welke over (te leveren en controleren) kwaliteit van fysiotherapie gaat.
En niet twee bestuursleden van een ondemocratische commerciële organisatie.
Zorginstituut, Zorgverzekeraars Nederland en individuele zorgverzekeraars: jullie zouden beter moeten weten.
Henk Jansen, Fysiotherapeut