De kop van een artikel in SKIPR trok mijn aandacht: ‘Nieuwe Wet Zeggenschap nog onbekend onder zorgmedewerkers’ en ik zuchtte…
Doelstelling
De doelstelling van het onderzoek in opdracht van PGGM&CO en Stichting IZZ:
- Inzicht krijgen in de fitheid van zorg- en welzijnspersoneel en wat de meningen en ervaringen zijn rondom de nieuwe Wet Zeggenschap
- Deze inzichten kan PGGM&CO vertalen naar acties om de diensten en producten voor leden te verbeteren.
Conclusies
- Personeelstekort leidt tot hogere werkdruk maar medewerkers hebben hier weinig zeggenschap over
- Nieuwe wet is nauwelijks bekend bij medewerker
- Over belangrijkste thema (personeelstekort) is mate van zeggenschap mager
- Fricties zowel praktisch (tijd) als cultuur (hiërarchie versus gelijkwaardigheid)
Oplossingen
- Meer tijd en minder hiërarchie
- Een leidinggevende die uitnodigt en stimuleert
In totaal namen 614 zorg- en welzijnsmedewerkers deel aan het onderzoek (online vragenlijst). Op basis van die gegevens is er een rapport én een infographic van 31 pagina’s gemaakt.
Ik ga niet verder in op de cijfers en percentages, maar vraag me oprecht af wat dit onderzoek toevoegt aan alle onderzoeken die er al zijn. In hoeverre zeggen de bevindingen van 614 van de 1,4 miljoen zorgmedewerkers daadwerkelijk iets?
Meer van hetzelfde want alles is al bekend
De feiten zijn al lang bekend. Actie-programma’s ‘Werken in de zorg’ en ‘Ontregel de Zorg’ de Zorg en een taskforce hebben veel geld gekost, met minimaal effect. Er is een Actieplan Zeggenschap (V&VN, BPSW, NVZ, NFU, ActiZ, Nederlandse GGZ en VGN) waar aan 255 van de 59763 (!) zorgorganisaties in Nederland elk € 50.000 aan subsidie is gegeven (totaal € 13 miljoen). Gaat dit wérkelijk het verschil maken?
De programmamanager onderzoek bij PGGM&CO zegt: “De tijd van vrijblijvendheid om te luisteren naar de inbreng van zorgverleners is allang voorbij”.
Dat ben ik met haar eens, maar de oplossing zoek ik niet in actie-programma’s , roadmaps, toolboxes, regioplannen of subsidies. Ze zijn meer van hetzelfde dat niet werkt.
VWS en beroeps- en brancheorganisaties, pak de spiegel en kijk naar je eigen rol
Het is tijd dat VWS, beroeps- en branche organisaties naar hun eigen rol in dit geheel/probleem gaan kijken. Tjeenk Willink beschrijft dit uitstekend in zijn boek ‘Groter denken, kleiner doen’.
‘De positie van de individuele uitvoerders is vaak niet sterk, ook rechtspositioneel niet. […]is dan ook makkelijker dan in actie komen. En was de vakbond of de beroepsorganisatie er juist niet om de uitvoerder te vertegenwoordigen en de ruimte die ze nodig hebben voor hun werk te bewaken?’
‘De vakbond is echter vooral gericht op de materiele arbeidsvoorwaarden. Belangrijk maar niet de essentie voor plezier in het werk. Dit wordt ook door politici vaak vergeten’
‘De beroepsorganisatie is vaak zelf onderdeel (en belanghebbende) geworden in het regelsysteem’
Deze laatste zin baart me (zorgbreed!) de grootste zorgen
DISCLAIMER
Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar dit kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis.
