Soms helpt het om even terug te kijken: terug in de tijd en leren van het verleden.
Rond 2013-2015 werd fors ingegrepen in de (langdurige) zorg. Zorg werd anders georganiseerd, mensen moesten langer thuis blijven wonen en taken gingen naar gemeenten. Dat had gevolgen voor de werkgelegenheid.
In 2014 meldde het kabinet dat volgens het CBS de werkgelegenheid in zorg en welzijn in 2013 en het eerste kwartaal van 2014 al met 40.000 mensen was gedaald. Instellingen liepen vooruit op de hervormingen door vertrekkende medewerkers niet altijd te vervangen en tijdelijke contracten niet te verlengen. Voor 2015 werd, als gevolg van de budgettaire veranderingen, een verdere daling van ongeveer 14.000 fte, ofwel 35.000 mensen, geraamd. Voor 2017 liep dat op tot ruim 21.000 fte, bijna 49.000 mensen.
Ook de huishoudelijke hulp werd hard geraakt. Door de korting op de huishoudelijke hulp verwachtte het kabinet tussen 2013 en 2015 een daling van ruim 9.000 fte, ofwel ruim 25.000 huishoudelijke hulpen en alfahulpen. Natuurlijk verloop zou volgens het kabinet niet voldoende zijn om dat op te vangen.
Om het verlies aan werkgelegenheid te beperken kwam het kabinet vervolgens met de Huishoudelijke Hulp Toelage. Aanvankelijk werd daarvoor in 2015 en 2016 €75 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Later kwam daar €40 miljoen bij. Daarmee kwam het beschikbare budget voor beide jaren samen op €190 miljoen.
Kortom: eerst fors bezuinigen op de huishoudelijke hulp, vervolgens €190 miljoen beschikbaar stellen om huishoudelijke hulpen aan het werk te houden.
En nu opnieuw
Ruim tien jaar later ligt er opnieuw een plan om fors in te grijpen in de huishoudelijke hulp. Per 1 januari 2029 wil het kabinet huishoudelijke hulp schrappen als maatwerkvoorziening uit de Wmo. Mensen die dat kunnen, moeten hun huishoudelijke hulp voortaan zelf betalen. Voor mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. Hoe dat vangnet er precies uit gaat zien, moet nog worden uitgewerkt. De maatregel moet per saldo structureel €435 miljoen besparen.
Ik begrijp de gedachte wel, maar toch zeg ik: bezint eer ge begint. Want wat schaffen we eigenlijk af?
Niet alleen een schoon huis
In mijn boeken maak ik onderscheid tussen wat er ín de zorg gebeurt en wat we áán de zorg hebben georganiseerd. En ik kijk daarbij niet alleen naar kosten, maar ook naar opbrengsten.
Pas die manier van kijken eens toe op de huishoudelijke hulp.
In 2024 kregen 555.935 mensen huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Gemeenten gaven daar ongeveer €1,81 miljard aan uit. Maar wat levert die €1,81 miljard op?
Vanzelfsprekend schone en leefbare huizen. Maar er is meer.
Er komt iedere week iemand achter de voordeur. Vaak jarenlang dezelfde persoon. Iemand die ziet dat een cliënt minder goed gaat lopen, dat de koelkast leger wordt, de post blijft liggen of iemand vergeetachtiger wordt. Iemand die merkt dat de mantelzorger het steeds moeilijker volhoudt of dat er bijna niemand anders meer komt.
De huishoudelijke hulp staat heel dicht bij de mens. Wat is dát waard?
Kosten tellen is niet genoeg
We willen dat ouderen en mensen met een beperking langer zelfstandig thuis blijven wonen. We willen preventie, problemen eerder signaleren en mantelzorgers ontlasten.
Dan vind ik het bijzonder dat we juist een voorziening willen schrappen waarmee iemand regelmatig achter de voordeur komt.
Zeker als het kabinet er in de berekening zelf rekening mee houdt dat kosten verschuiven. Tegenover €1,01 miljard minder uitgaven bij gemeenten staan €660 miljoen extra uitgaven aan de Wlz. Daarnaast wordt gerekend met €85 miljoen minder uitgaven aan de Zvw, vooral wijkverpleging. Per saldo blijft de beoogde besparing van €435 miljoen over.
Ook de Tweede Kamer wijst op mogelijke gevolgen. In een aangenomen motie waarschuwt de Kamer voor het risico dat het schrappen van huishoudelijke hulp leidt tot een hogere zorgvraag bij huisarts, wijkverpleging en langdurige zorg. De Kamer vraagt daarom eerst alternatieven te onderzoeken voordat onomkeerbare stappen worden gezet.
Een besparing op de Wmo is niet automatisch een besparing op de totale zorgkosten.
We hebben de mensen al
We praten voortdurend over het personeelstekort. Over hoeveel mensen we de komende jaren tekortkomen en hoe we de zorg anders moeten organiseren. Maar kijken we eigenlijk wel goed naar de mensen die er al zijn?
De huishoudelijke hulp is er al. Zij komt achter de voordeur, kent de cliënt en ziet veranderingen die anderen misschien niet of pas later zien.
Dat betekent niet dat we van de huishoudelijke hulp een wijkverpleegkundige, welzijnscoach of maatschappelijk werker moeten maken. Het betekent dat we de waarde van haar eigen positie moeten zien.
Ruim tien jaar geleden zagen we de werkgelegenheid in zorg en welzijn fors dalen. Ook duizenden huishoudelijke hulpen dreigden te verdwijnen. Vervolgens werd er €190 miljoen uitgetrokken om huishoudelijke hulpen aan het werk te houden. Moeten we dat wiel echt nóg een keer uitvinden?
Ín en áán de zorg
Áán de zorg ziet een Wmo-maatwerkvoorziening van €1,81 miljard waarop kan worden bespaard.
Ín de zorg zien we iets anders. Honderdduizenden mensen bij wie regelmatig iemand achter de voordeur komt. Een vertrouwd gezicht. Een paar ogen en oren. Iemand die schoonmaakt en ondertussen ziet hoe het werkelijk met iemand gaat.
De besparing van €435 miljoen staat al in de boeken. De maatregel zelf moet volgens het kabinet echter nog inhoudelijk worden uitgewerkt.
Mijn advies
Beantwoord vóór we huishoudelijke hulp als Wmo-maatwerkvoorziening schrappen één simpele vraag:
Wat levert huishoudelijke hulp ons eigenlijk op?
Niet alleen voor de Wmo, maar voor de mens, de mantelzorger, de zorg en de samenleving. We weten wat huishoudelijke hulp kost. Laten we eerst eens uitrekenen wat het ons kost als ze verdwijnt.
Gooi het kind niet met het badwater weg.
1 oktober 2026
DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar dit kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis.