Gaan we nu opnieuw bedenken wat er allemaal al eerder is bedacht en niet (voldoende) heeft gewerkt?
Eens in de zoveel tijd komt het idee weer oppoppen: Het Consultatiebureau voor ouderen. Zo ook gisteren in deze post: ‘Voor baby’s hebben we het goed geregeld: vaste contactmomenten, vaccinaties, groeimetingen, signalering van mishandeling en ondersteuning van ouders. Alles preventief. Alles met aandacht’ Maar hoe zit het voor onze ouderen?
Ook op dit onderwerp praten en onderzoeken we inmiddels al 25 jaar en we hebben nog amper iets van de grond gekregen. Bovendien wordt er ook hier ingezet op iets wat er nog niet is, een nieuwe structuur, een nieuwe organisatie, een nieuwe tussenlaag. Die extra laag gaat veel geld kosten, waarbij het nog maar de vraag is of de CBO’s effectief/efficiënt zijn.
De geschiedenis in het kort (ik heb niet de illusie om volledig te zijn)
2000 Het ontstaan en groot optimisme
Rond het jaar 2000 werd er steeds meer aandacht besteed aan het voorkomen van gezondheidsproblemen bij oudere mensen. Dit kwam doordat er steeds meer ouderen kwamen en de kosten voor zorg hoog waren. Daarom werden speciale plekken opgericht, die Consultatiebureaus voor Ouderen (CBO’s) heetten.
2005
In 2005 waren er ongeveer vijftien van zulke CBO’s in Nederland. Ze werden vaak gestart door organisaties die thuiszorg geven of door groepen ouderen zelf. De CBO’s deden onderzoeken, gaven tips en stuurden mensen door naar de juiste hulp als dat nodig was. Het doel was dat ouderen langer zelfstandig konden blijven wonen.
De NIZW heeft in 2005 het voortouw genomen om de landelijke initiatieven met elkaar in contact te brengen. Het resultaat, een uitvoerige handleiding over het opzetten van consultatiebureaus voor ouderen, staat op de website van het NIZW (www.kenniscentrum-ouderen.nl). Helaas is deze link niet meer werkzaam, maar het kenniscentrum Vilans moet ongetwijfeld deze informatie nog tevoorschijn kunnen toveren.
In de media en rapporten werd CBO toen gezien als een goede manier om problemen vroeg te vinden en te voorkomen. Maar er was nog niet genoeg bewijs dat het echt goed werkte. Daarom moest er nog meer onderzoek gedaan worden.
2007
In Medisch contact verschijnt een commentaar van Professor Ligthart als reactie op een artikel van collega Jaspers (MC 8/2007: 341). Hij wijst er op dat al ruim tien jaar wordt nagedacht over de zin of de onzin van consultatiebureaus voor ouderen: ‘Sinds wij dit idee voor het eerst publiekelijk bespraken in het programma Buitenhof van 10 oktober 1999 (
www.vpro.nl/programma/buitenhof/afleveringen) zijn een aantal projecten uitgevoerd om het nut ervan te onderzoeken. Ik steun het idee nog steeds, maar ik maak mij ook grote zorgen over het screenen van alles en nog wat zonder dat de doelmatigheid goed is onderzocht. Het kan zeer schadelijk zijn om te screenen op aandoeningen waaraan niets kan worden gedaan. Schade door onnodig onderzoek, ongerustheid en medicalisering liggen op de loer.’
2008
In 2008 verschijnt een visie document : Consultatiebureau voor Ouderen Visiedocument
2009
Vanaf 2009 kwamen er kritische geluiden, vooral over de beperkte doelgroep (gezonde, hoogopgeleide ouderen) en het gebrek aan focus op gedragsverandering en sociale problematiek.
Zo schrijft Rudi Westendorp, hoogleraar ouderengeneeskunde (LUMC), bijvoorbeeld dat de CBO’s zich vaak richten op fitte, gezonde ouderen in plaats van op kwetsbare groepen die de zorg het meest nodig hebben (bijv. ouderen in achterstandswijken, met lage sociaaleconomische status of migratieachtergrond). Dat er te veel gemeten wordt op irrelevante factoren (bijv. cholesterol, dat bij ouderen geen grote risicofactor is) en te weinig op bredere determinanten zoals eenzaamheid, financiële problemen of mantelzorg. En last but not least: De screening wordt niet gevolgd door effectieve interventies om gedragsverandering te stimuleren.
2018
Onderzoek van UMCG, Rijksuniversiteit Groningen, Hogeschool Windesheim en Leyden Academy (2018). Het onderzoek komt met de volgende conclusie:
‘Consultatiebureaus voor ouderen waren niet effectief in het verbeteren van gezondheid of het verminderen van zorgbehoefte. De onderzoekers concluderen dat een “zijdelings betrokken” bureau niet voldoende is om gedragsverandering te bewerkstelligen. Meer intensieve of anders ingerichte interventies zijn nodig’.
2024
Kamerlid Judith Tielen (VVD) diende in januari 2024 een motie in, die werd aangenomen. Deze verzoekt de regering om de haalbaarheid van CbO’s te onderzoeken, geïnspireerd op consultatiebureaus voor zuigelingen.
Op dit moment loopt een haalbaarheidsonderzoek, maar resultaten zijn nog niet gepubliceerd.
Het vervelende is dat deze motie (en opnieuw onderzoek!) voortborduurt op eerdere ervaringen maar geen rekening lijkt te houden met de teleurstellende resultaten uit 2018.
Samenvattend
Ook op dit onderwerp praten en onderzoeken we inmiddels al 25 jaar en we hebben nog amper iets van de grond gekregen.
Bovendien wordt er ook hier ingezet op iets wat er nog niet is, een nieuwe structuur, een nieuwe organisatie, een nieuwe tussenlaag.
Die extra laag gaat veel geld kosten, waarbij het nog maar de vraag is of de CBO’s effectief/efficiënt zijn.
Een CBO lost de problemen veroorzaakt door het (zorg)systeem niet op. Want welke financieringsstroom gaat dit betalen (kosten) en waar vallende de baten?
Tip
Mijn tip: faciliteer en betaal de mensen die nu al de ouderen zien en spreken beter dan komen we sneller en beter tot resultaten.
Bezint eer ge begint!