In en Aan de Zorg

De NZa heeft de smaak goed te pakken, blijft honger naar data houden en boort een nieuwe markt aan (WLZ bij u thuis)

Kort geleden bracht de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZa) het rapport ‘Tussen wal en voordeur’ uit. Het rapport onderzoekt of zorgkantoren goed zorgen voor mensen met een VV4-indicatie in de Wet langdurige zorg (Wlz). Steeds meer mensen blijven thuis wonen in plaats van in een verpleeghuis, maar soms is de zorg thuis niet goed genoeg. Het ministerie wil dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen, met hulp als het nodig is.

Gealarmeerd door eerdere onderzoeken vanuit de NZa (o.a. clientenprofielen) was ik nieuwsgierig naar de aanpak en de conclusies van dit onderzoek. 

De aanpak van het onderzoek

Kijken we naar de aanpak dan vallen onder anderen de volgende zaken op. 

Vragen

Wie voerde het onderzoek uit? Wat werd daar besproken? Waren het gestructureerde, semigestructureerde of open interviews? Welke data kwam ter sprake en/of werd ingezien? …; 

  • Verkennend gesprek bij diverse zorgaanbieders

Vragen

Hoeveel zorgaanbieders waren dat? Om welk type zorgaanbieder gaat het? Welke zorgaanbieders waren dat? Grote en/of kleine zorgaanbieders? …

  • Data-analyse

Vragen

Welke data werd gebruikt voor de analyse? Hoe zijn deze data verkregen? Hebben de zorgprofessionals en patienten daar toestemming voor gegeven? …

  • Bureau-onderzoek van de NZa zelf

Vragen

In het rapport Tussen wal en voordeur wordt vooral naar referenties vanuit de NZa zelf verwezen. Zou het als NZa niet verstandiger zijn (en refererend aan zelflerend vermogen) om ook eens verder te kijken dan de eigen organisatie?

Algemeen bij de aanpak valt vanzelfsprekend op dat er geen enkele Zorgprofessional, patient of mantelzorger aan het woord is geweest. Het is mijns inziens dan ook maar de vraag of de NZa een juiste kijk op de werkelijkheid heeft.

De conclusies van het onderzoek

Ronduit opvallend is dat er van de 12 aanbevelingen er maar liefst 7 gaan over het gebrek aan data en informatie. Met andere woorden: de NZa wil precies weten hoe de situatie er achter uw voordeur uitziet. 

Ik noem ze kort:  Wij verwachten dat zorgkantoren…

  • ‘het bestaande beeld moet worden aangevuld met de specifieke grondslag, de aanwezigheid van informele zorg en woonsituatie’
  • ‘beter in kaart brengen welke woonvormen nu het best passend zijn voor cliënten’
  • ‘effecten op de ontwikkeling van de zorgvraag van het ‘thuis, tenzij-beleid’ beter in kaart brengen (cijfermatige inschattingen, kwantitatieve kloof)’
  • ‘keuze van de client beter vastleggen en de client van meer en betere informatie voorzien om een bewuste keuze te maken’
  • ‘op het juiste moment in het proces zichtbaar zijn voor de client (wie informeert op welk moment de patiënt met welke informatie)’
  • ‘beter vaststellen of cliënten tijdig passende zorg ontvangen (bv. Door veelvuldiger telefonisch contact)
  • Meer zicht op de zorg achter de voordeur (zowel formeel als informeel) 

Datahonger

De datahonger wordt hierbij niet alleen verlegd naar de WLz, maar vooral ook naar achter uw voordeur. De NZa wil graag ALLES van u weten. Om er vervolgens een algoritme op los te laten…

Laten we de zaken helder stellen: ZORGBREED is er sprake van datahonger vanuit de NZa en dat gaat pas stoppen als we ZORGBREED dat aan de orde stellen. 

Bureaucratie in opbouw!

Eén reactie

  1. Goedemorgen,
    Ik ben 80 jaar en vrijwilliger in een zorginstelling waar ik 8 jaar ’s morgens het ontbijt heb klaar gemaakt voor demente bejaarden met alle plezier en voldoening.
    Het is voor veel mensen, en mij, de grote vraag waar al het geld voor de zorg aan besteed wordt. Handen aan het bed zijn er te weinig, contact hebben met cliënten /patiënten is geen tijd meer voor. De computer neemt een (te) grote plaats in bij de zorg wat ten koste gaat van het werk. De zorgorganisaties zijn steeds groter geworden. 24 zorginstellingen onder 1 dak is geen uitzondering. En dat alles om de kosten naar beneden te drukken.? Het lijkt of de mensen in de zorg geen verantwoordelijkheid meer aankunnen. Ze lopen nu ongeïnteresseerd hun werk te doen terwijl het hart er wel goed voor is. Als de vrijwilligers ermee zouden stopen dan valt heel de zorg in elkaar en liggen cliënten de hele dag in hun eigen vuil en is het de vraag of er nog gegeten kan worden. Misschien zie ik het te somber in, maar, en dat meen ik werkelijk, dat als ik in een verzorgingshuis zou moeten worden opgenomen of ik dat nog wel wil. “geen me dan maar een spuitje”. Ik zal dat spuitje nooit doen maar alleen om aan te geven de grote zorg die ik heb voor wat te doen in zo’n geval.
    Helaas kan ik het niet positiever zien. Voor de handen aan het bed neem ik mijn petje voor af. Laten ze niet aan de verpleging komen. Zij doen hun werk met liefde voor de cliënten met te weinig tijd om de liefde te geven die iemand nodig heeft in een zorginstelling. Met andere er over praten komt steeds de bejaardenhuizen van eerder naar voren. Daar kon iedereen op leeftijd naar toe met inclusief de zorg als dat nodig was. Nu worden de cliënten in een rolstoel gezet waar ze de hele dag in moeten blijven zitten omdat er zelf niet uit kunnen komen en het met rolstoel gemakkelijker is om naar de eetzaal te gaan. Dat scheelt weer tijd en tijd is geld. Eenzaamheid is er veel bij ouderen alleenstaanden. Kinderen kunnen in veel gevallen weinig of niets doen omdat ze niet meer in de omgeving van hun ouderlijk huis wonen en er lange ritten gemaakt moet worden voor bezoek. Dit kan veelal alleen maar in de weekenden voor een uurtje. Ik stop ermee, ik wordt er verdrietig van. Sterkte met uw werk. Ik waardeer het zeer dat u ten strijde trekt om aan een dood paard te trekken..
    Met vriendelijke groeten en hoogachting. Frank Plaisier

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De artikelen lezen op deze website is gratis. Wil jij mij vrijwillig steunen met een kleine donatie voor het bouwen, hosten en onderhouden van deze website én de tijd die ik hier aan spendeer? Dan ben ik daar erg blij mee!