Kort geleden bracht de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZa) het rapport ‘Tussen wal en voordeur’ uit. Het rapport onderzoekt of zorgkantoren goed zorgen voor mensen met een VV4-indicatie in de Wet langdurige zorg (Wlz). Steeds meer mensen blijven thuis wonen in plaats van in een verpleeghuis, maar soms is de zorg thuis niet goed genoeg. Het ministerie wil dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen, met hulp als het nodig is.
Gealarmeerd door eerdere onderzoeken vanuit de NZa (o.a. clientenprofielen) was ik nieuwsgierig naar de aanpak en de conclusies van dit onderzoek.
De aanpak van het onderzoek
Kijken we naar de aanpak dan vallen onder anderen de volgende zaken op.
- Onderzoek ter plaatse bij alle Wlz-uitvoerders met een zorgkantoorfunctie (31, zie afbeelding, bron: https://www.regioatlas.nl/kaarten#_zorgkantoorregios)
Vragen
Wie voerde het onderzoek uit? Wat werd daar besproken? Waren het gestructureerde, semigestructureerde of open interviews? Welke data kwam ter sprake en/of werd ingezien? …;
- Verkennend gesprek bij diverse zorgaanbieders
Vragen
Hoeveel zorgaanbieders waren dat? Om welk type zorgaanbieder gaat het? Welke zorgaanbieders waren dat? Grote en/of kleine zorgaanbieders? …
- Data-analyse
Vragen
Welke data werd gebruikt voor de analyse? Hoe zijn deze data verkregen? Hebben de zorgprofessionals en patienten daar toestemming voor gegeven? …
- Bureau-onderzoek van de NZa zelf
Vragen
In het rapport Tussen wal en voordeur wordt vooral naar referenties vanuit de NZa zelf verwezen. Zou het als NZa niet verstandiger zijn (en refererend aan zelflerend vermogen) om ook eens verder te kijken dan de eigen organisatie?
Algemeen bij de aanpak valt vanzelfsprekend op dat er geen enkele Zorgprofessional, patient of mantelzorger aan het woord is geweest. Het is mijns inziens dan ook maar de vraag of de NZa een juiste kijk op de werkelijkheid heeft.
De conclusies van het onderzoek
Ronduit opvallend is dat er van de 12 aanbevelingen er maar liefst 7 gaan over het gebrek aan data en informatie. Met andere woorden: de NZa wil precies weten hoe de situatie er achter uw voordeur uitziet.
Ik noem ze kort: Wij verwachten dat zorgkantoren…
- ‘het bestaande beeld moet worden aangevuld met de specifieke grondslag, de aanwezigheid van informele zorg en woonsituatie’
- ‘beter in kaart brengen welke woonvormen nu het best passend zijn voor cliënten’
- ‘effecten op de ontwikkeling van de zorgvraag van het ‘thuis, tenzij-beleid’ beter in kaart brengen (cijfermatige inschattingen, kwantitatieve kloof)’
- ‘keuze van de client beter vastleggen en de client van meer en betere informatie voorzien om een bewuste keuze te maken’
- ‘op het juiste moment in het proces zichtbaar zijn voor de client (wie informeert op welk moment de patiënt met welke informatie)’
- ‘beter vaststellen of cliënten tijdig passende zorg ontvangen (bv. Door veelvuldiger telefonisch contact)
- Meer zicht op de zorg achter de voordeur (zowel formeel als informeel)
Datahonger
De datahonger wordt hierbij niet alleen verlegd naar de WLz, maar vooral ook naar achter uw voordeur. De NZa wil graag ALLES van u weten. Om er vervolgens een algoritme op los te laten…
Laten we de zaken helder stellen: ZORGBREED is er sprake van datahonger vanuit de NZa en dat gaat pas stoppen als we ZORGBREED dat aan de orde stellen.
Bureaucratie in opbouw!
