In en Aan de Zorg

‘Onafhankelijk onderzoeksrapport’ of gewoon slimme marketing?

De afgelopen tijd zat ik vaker dan normaal in de auto. Radio aan (Radio 5, de ouderenzender) en daar hoorde ik in het STER-blok regelmatig een reclame van Vebego Zorgservice voorbij komen. Dat maakte me nieuwsgierig. Dus ben ik wat dieper in hun ‘onafhankelijke’ onderzoek Zorgkoers 2026 gedoken. Interessant rapport, je kunt het via de website zo downloaden, maar ook een mooi voorbeeld van hoe framing werkt. Even over die onafhankelijkheid Zorgkoers 2026 is een initiatief van Vebego Zorgservice, uitgevoerd door Markteffect en gefinancierd door Vebego zelf. Dan kun je je afvragen hoe onafhankelijk dat is. Of zoals we vroeger zeiden: WC-eend adviseert WC-eend. Representativiteit en selectie Het onderzoek is gebaseerd op zo’n 600 respondenten. In een sector met ongeveer 1,5 miljoen medewerkers is dat uiteindelijk zo’n 0,04%. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar dan wil je wel weten wie die 0,04% zijn. De 8 bestuurders in het onderzoek zijn geselecteerd via een netwerkmethodiek. Dat betekent simpel gezegd dat je mensen spreekt uit je eigen kring. Dat levert zeker inzichten op, maar heeft ook een duidelijk risico: je hoort vooral wat al in dat netwerk leeft. De zorgprofessionals zijn benaderd via een online panel (Nationaal onderzoekpanel van Markteffect). Ook dat is een bekende methode, maar geen willekeurige doorsnede van de sector. Alles bij elkaar maakt dat het lastig om te zeggen hoe representatief de uitkomsten echt zijn. Inhoudelijk: herkenbaar, maar… Wat er in staat is herkenbaar. Werkdruk is hoog, er is te weinig tijd voor patiënten en er gaat veel tijd op aan zaken die niet direct met zorg te maken hebben. Dat beeld klopt ook met andere onderzoeken. De cijfers lijken ook te kloppen. Een groot deel van de respondenten ervaart hoge werkdruk en een meerderheid zegt open te staan voor externe ondersteuning. Maar vervolgens wordt dat vertaald naar de conclusie dat externe partners een strategische noodzaak zijn. Dat is bijzonder, want dat is geen feit meer, maar een interpretatie. Wat meten die cijfers eigenlijk? De cijfers in het rapport gaan vooral over beleving. Over wat mensen ervaren, denken en willen. Niet over gemeten tijdsbesteding, harde oorzaken of objectieve productiviteit. Als bijvoorbeeld wordt gezegd dat 50% meer tijd aan zorg wil besteden en dat slechts 34% dat haalt, dan klinkt dat best heel hard. Maar het blijft een inschatting van respondenten. Daarmee komen we op een heel belangrijk punt. Want uit andere onderzoeken blijkt dat werkdruk door meerdere factoren wordt bepaald. Personeelstekorten, bureaucratie, registratiedruk en steeds complexere zorg spelen allemaal een rol. In dit rapport wordt dat teruggebracht tot één hoofdlijn: het probleem zit vooral in de inrichting van het werk. Net alsof alle andere factoren niet bestaan en dat is een keuze. Bewust of onbewust. De oplossing ligt opvallend vast Het rapport stelt dat het geen capaciteitsprobleem is, maar een inrichtingsvraagstuk. En de oplossing ligt volgens het rapport in anders organiseren, ontlasten en het inzetten van externe partijen. En dat alles wordt vrij stellig gebracht, met formuleringen als “onmisbare schakel”. Maar als je naar de cijfers kijkt, zie je meer nuance. Een deel van de respondenten staat open voor externe ondersteuning, maar een groot deel is neutraal en een aanzienlijk deel zelfs negatief. Dat is iets anders dan een eenduidig draagvlak en tóch wordt het wel zo gepresenteerd. De plekken waar dit rapport ter sprake komt Zoals al gezegd komt het rapport niet alleen via LinkedIn voorbij, maar ook via partnercontent bij BSL Media & Learning (o.a. Skipr en Zorgvisie), een drie-delige podcastserie en zelfs via radiocampagnes (STER). Dat is geen toevallige verspreiding van ‘we kijken wel wie het oppakt’ maar een slim georganiseerde campagne. Heel simpel gezegd: Onderzoek + media + marketing = bereik en beïnvloeding. Niks mis mee natuurlijk maar noem het dan ook zo en laat het woord ‘onafhankelijk weg’. Wat blijft dan over? Dit is geen wetenschappelijk onderzoek. Het is eerder een position paper met data. Een goed onderbouwd verhaal, met een duidelijke richting. En dat zie je terug in de taal, de voorbeelden en de aanbevelingen. Wat opvalt, is wat er niet in staat. De rol van bureaucratie, beleid en structurele personeelstekorten blijft onderbelicht. Net als alternatieve oplossingsrichtingen. De focus ligt vooral op herinrichten, ontlasten en uitbesteden. Dat is allesbehalve toeval. Mijn gedachte Het rapport bevat zeker wel echte signalen uit de zorg, maar de oplossingsrichting is allesbehalve neutraal. Conclusie Lees het rapport vooral, maar lees het zoals je eigenlijk elk rapport moet lezen: Wie betaalt? Wie selecteert? Wie profiteert van de uitkomst?  Dan ga je anders kijken, anders doen en zie je opeens een stuk meer. DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar die kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis

De mantelzorgindustrie groeit door (dankzij ‘oplossingen’)

Het Movisie-artikel over een verkenning van een landelijk aanbod voor mantelzorgers lijkt een antwoord op overbelasting. In werkelijkheid sluit het echter naadloos aan op wat al jaren gebeurt: de verdere uitbouw van de mantelzorgindustrie. Gebaseerd op de research voor het rapport Heilige zorghuisjes, is mantelzorg echt goedkoper dan betaalde zorg? laat ik in grote lijnen zien waar deze mantelzorg-industrie (alles rondom de mantelzorger) inmiddels uit bestaat. Oordeel vooral zelf. 1. Organisaties en instituties Movisie voegt toe: landelijke coördinatie en samenwerking.→ Resultaat zal zijn: méér tijd voor structuur, niet minder 2. Beleids- en bureaucratische structuren Movisie voegt toe: landelijke randvoorwaarden en afstemming→ Resultaat zal zijn: extra beleidslaag 3. Training en kennisinfrastructuur Movisie voegt toe: verdere professionalisering en scholing→ Resultaat zal zijn: mantelzorg als ‘aan te leren taak’ 4. Tools en digitale oplossingen Movisie voegt toe: betere vindbaarheid van aanbod→ Resultaat zal zijn: nóg meer systemen bovenop bestaande systemen 5. Rollen en functies Movisie voegt toe: intensievere samenwerking en regie→ Resultaat: meer schakels rond de mantelzorger 6. Ondersteuningsstructuren Movisie voegt toe: uitbreiding en betere afstemming→ Resultaat: meer aanbod, zelfde belasting 7. Onderzoek en meten Movisie voegt toe: verdere analyse en onderbouwing→ Resultaat zal zijn: meer inzicht, geen verlichting 8. Financiële en systeemkosten Movisie voegt toe: investeringen in landelijk aanbod→ Resultaat zal zijn: groei van systeemkosten 9. Systeemdynamiek (de kern) Movisie voegt er een nieuwe laag mantelzorg-industrie aan toe Conclusie Het voorstel voor een landelijk aanbod verandert niets aan de kern. Het doet precies wat het systeem al doet: Maar niet: De vraag blijft dus staan: Bouwen we aan echte oplossingen of verder aan het systeem rond het probleem? DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar die kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis

Stop met dat vriendelijke ‘wij’ in zorgbeleid

In zorgbeleid duikt steeds hetzelfde woord op: wij. Wij staan voor een opgave en wij bouwen aan een zorgzame samenleving. Wij doen dit samen. Dat klinkt betrokken. Maar het klopt niet. In Waarom de zorg vastloopt in mooie woorden: taal telt beschrijf ik dat taal problemen kan verhullen. Het woord wij is daar een schoolvoorbeeld van. Het klinkt warm, maar maakt onduidelijk wie beslist en wie de gevolgen draagt. Kijk naar de zorgparagraaf van het coalitieakkoord 2026–2030 ‘Aan de slag’. Als je iets beter leest, dan weet je dat niet de coalitie/politici aan de slag moeten, maar wij als burgers. Het coalitieakkoord als lichtend voorbeeld In het akkoord staat dat ‘een zorgzame samenleving niet kan zonder de onbetaalbare inzet van vrijwilligers en mantelzorgers’. Dat klinkt als een neutrale zin, maar is een heel bewuste keuze, verpakt als vanzelfsprekendheid (lees: als we een zorgzame samenleving willen dan moeten er meer vrijwilligers en mantelzorgers komen). Wat betekent dit concreet? Hoeveel zorg wordt er (nog meer) van mantelzorgers verwacht? Wat als zij het niet meer aankunnen? Wat vraagt dit van mensen in tijd, energie en geld? Dat zijn heel logische vragen zoals ik ook beschrijf in het rapport ‘Heilige zorghuisjes, is mantelzorg echt goedkoper dan betaalde zorg?’. Maar ze worden niet gesteld. Door te spreken over wij doen dit samen schuift de verantwoordelijkheid stilletjes op. Zorg wordt minder een publieke taak en meer een morele plicht voor naasten. Niet omdat dat expliciet zo is afgesproken, maar omdat het impliciet zo wordt gezegd. Hetzelfde gebeurt bij technologie. Digitale middelen moeten zorgverleners meer tijd geven ‘voor cliënten, patiënten en gezinnen’. Dat klinkt heel positief. Maar wat er niet bij staat: als professionals minder kunnen, de zorg (nog) vaker terecht komt bij familie en naasten. Dat is geen bijwerking, dat is het gevolg. Ook dat wordt niet benoemd als keuze. Het wij verbindt, maar verbergt. Het beschrijft verschuivingen in zorg als iets wat we samen willen, terwijl niet iedereen evenveel te kiezen heeft. Zo wordt zorgbeleid minder zichtbaar als besluit, en meer als vanzelfsprekende ontwikkeling (zie ook het eerder genoemde artikel). Het woord wij Het klinkt betrokken en inclusief. Alsof iedereen meetelt en niemand alleen staat. Maar dat wij is ook vaag. Het zegt niet wie wat doet. En vooral niet wie waarvoor verantwoordelijk is. Door steeds te spreken over samen verdwijnt het verschil tussen overheid, professionals, cliënten en naasten. Het woord wij maakt onzichtbaar dat de verantwoordelijkheid zonder dat specifiek te benoemen verdeeld wordt. En als de verantwoordelijkheid onzichtbaar verschuift, kan de overheid met een gerust hart zeggen: wij zijn niet verantwoordelijk. Niet hardop, maar stilzwijgend. Zorg Juist in de zorg is dat gevaarlijk. Daar zijn grenzen al dun en loopt professioneel en informeel werk (vrijwilligers, mantelzorgers) door elkaar en er wordt continue aan getornd. Het vriendelijke wij versterkt dat proces. Zorg wordt niet eerlijk verdeeld, maar stilzwijgend genormaliseerd: van de publieke verantwoordelijkheid naar de individuele verantwoordelijkheid. Het woord wij is niet onschuldig. Echte solidariteit vraagt geen warme woorden, maar duidelijke keuzes. Wie is verantwoordelijk? Wie betaalt de prijs? En wie mag nee zeggen? En waarom komt de last elke keer weer bij dezelfde mensen terecht? Afsluitend Het woord ‘wij’ lijkt verbindend, maar is (zeker in de zorg) vaak een dekmantel. Het maskeert politieke keuzes als gezamenlijke noodzaak en schuift verantwoordelijkheid af zonder dat iemand formeel ‘ja’ heeft gezegd. Het woord wij verbindt op papier, maar verdeelt in de praktijk. Echte solidariteit vraagt namelijk geen warme woorden, maar afbakening: wie beslist, wie draagt, en wie mag weigeren. Zolang die vragen niet worden gesteld, is wij geen uitnodiging tot samen zorgen, maar een ‘stille’ verschuiving naar ons als burger. Het is tijd om dit soort taal niet alleen te begrijpen, maar soms ook te weigeren. Soms begint verandering niet met nieuwe plannen, maar met het weigeren van lege woorden in dit geval het woord wij. In drie zinnen Het woord wij doet alsof zorg vanzelf ontstaat. In werkelijkheid is het een politiek instrument dat keuzes verhult en verantwoordelijkheid verschuift. Wie solidariteit serieus neemt, moet stoppen met dit soort taal. DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar die kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis

Niet meer ieder voor zich, maar samen, tegen een systeem dat ons uit elkaar speelt

Versnippering zorg

Om eens over na te denken… In deze podcast met Jona Walk vraag ik, naast alles wat verder wordt besproken, aandacht voor een dynamiek die me steeds meer opvalt. Ik merk hoe makkelijk we IN de zorg tegenover elkaar komen te staan:zorgprofessionals, afdelingen en domeinen onderling, patiënten tegenover zorgprofessionals, en mantelzorgers die daar ergens tussenin proberen overeind te blijven. Alsof we elkaars tegenstanders zijn. Terwijl voor mij steeds duidelijker wordt: we staan allemaal onder druk van hetzelfde systeem. Wat me raakt, is de enorme terughoudendheid om je uit te spreken. Niet omdat mensen niets te zeggen hebben, dat hebben ze wel maar dan onderling, maar omdat de angst groot is. Geen toeval? En misschien is dat geen toeval: zolang wij IN de zorg verdeeld blijven, hoeft bij AAN de zorg niemand zich echt zorgen te maken dat er iets zal veranderen. Zorgprofessionals voelen die angst: bang voor hun baan, hun contract, hun positie.Patiënten voelen haar ook en durven kritiek niet te uiten uit angst voor minder of andere zorg.Mantelzorgers en familieleden voelen haar eveneens, maar houden zich in omdat ze bang zijn dat er anders nóg meer op hun bordje komt. Ook ik voel die angst regelmatig en heb ervaren dat het delen van een ander perspectief niet altijd wordt gewaardeerd. Dat het kan schuren. Dat het ongemak oproept. Echte verandering Maar ik geloof dat echte verandering begint wanneer we ruimte maken voor alle kanten van het verhaal. Wanneer we stoppen met mensen tegenover elkaar te zetten. Wanneer we elkaar steunen, maatjes zoeken, en het gesprek eerlijk én respectvol blijven voeren. Niet meer ieder voor zich, maar samen, tegen een systeem dat ons uit elkaar speelt. Link naar de podcast op de Nieuwe Wereld

Marjet Veldhuis: ‘Minder ambtenaren bij VWS is goed voor de zorg’

In een week vol ellende op zorggebied verschijnt deze podcast-opname met Paul van Liempt en Kjeld Aij in #ToekomstZorg met mij online. Misschien wel als een gezond en positief tegenwicht. Om te laten zien dat het écht anders kan (knipoog). De titel van deze podcast is veelzeggend:‘Minder ambtenaren bij Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is goed voor de zorg’ De begeleidende tekst op LinkedIn is als volgt: De zorg moet miljarden bezuinigen. Marjet Veldhuis zag de bui al lang aankomen. Ze werkt een levenlang aan en in de zorg. Als verpleegkundige en als deskundige beleid en beheer. Ze schreef Heilige Zorghuisjes, met de ondertitel: Is de zorg echt onbetaalbaar?Een paar van haar observaties: ‘Al snel ontdekte ik dat de zorg is terechtgekomen in een inefficiënt, geldverslindend systeem, waar in de praktijk niet meer de patiënten en zorgprofessionals centraal staan, maar het systeem.’ ‘Niet patiënten of professionals staan centraal, maar regels, verdienmodellen en verantwoording.’ ‘Mantelzorg is niet de oplossing. Het wordt neergezet als goedkoop en vanzelfsprekend. Buiten beeld blijven de kosten, gezondheidsverlies, inkomensschade, overbelasting en ongelijkheid,’ ‘Met Marion Frissen komt ze met de handreiking Passende Uitgaven. Kern: hou de kosten aan de zorg in de hand. Zorgbestuurders, beleidsmakers en politici drijven die kosten op.’Al langer schrijf en spreek ik over IN en AAN de zorg. Het is zeker geen nieuwe gedachte. Maar erover spreken in deze podcast was wel weer heel bijzonder. Mijn eigen toevoeging bij deze podcast Ik spreek onder andere over belangen, mantelzorg en de ongebreidelde groei van AAN de zorg in plaats van IN de zorg. Over het hardnekkige misverstand dat aan tafel zitten hetzelfde is als invloed hebben en over het feit dat we in de zorg vaak verschillende talen spreken. De aankondiging van mijn nieuw te schrijven boek En natuurlijk over het boek dat ik nu toch weer aan het schrijven ben. Een aantal zinnen vanuit de inleiding over het waarom: “𝐸𝑒𝑛 𝑏𝑜𝑒𝑘 𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑣𝑒𝑛, 𝑑𝑎́𝑡 𝑛𝑜𝑜𝑖𝑡 𝑚𝑒𝑒𝑟” 𝑤𝑎𝑠 𝑑𝑒 𝑔𝑒𝑑𝑎𝑐ℎ𝑡𝑒 𝑛𝑎 ℎ𝑒𝑡 𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑣𝑒𝑛 𝑣𝑎𝑛 ‘𝐻𝑒𝑖𝑙𝑖𝑔𝑒 𝑧𝑜𝑟𝑔ℎ𝑢𝑖𝑠𝑗𝑒𝑠, 𝐼𝑠 𝑧𝑜𝑟𝑔 𝑒𝑐ℎ𝑡 𝑜𝑛𝑏𝑒𝑡𝑎𝑎𝑙𝑏𝑎𝑎𝑟’. 𝐻𝑒𝑡 𝑣𝑜𝑒𝑙𝑑𝑒 𝑎𝑙𝑠𝑜𝑓 𝑖𝑘 𝑚𝑖𝑗𝑛 𝑏𝑖𝑗𝑑𝑟𝑎𝑔𝑒 ℎ𝑎𝑑 𝑔𝑒𝑙𝑒𝑣𝑒𝑟𝑑. 𝐷𝑎𝑡 𝑏𝑜𝑒𝑘 𝑖𝑛𝑡𝑟𝑜𝑑𝑢𝑐𝑒𝑒𝑟𝑑𝑒 ℎ𝑒𝑡 𝑏𝑒𝑔𝑟𝑖𝑝 𝐴𝐴𝑁 𝑑𝑒 𝑧𝑜𝑟𝑔 𝑒𝑛 𝑙𝑖𝑒𝑡 𝑧𝑖𝑒𝑛 ℎ𝑜𝑒𝑣𝑒𝑒𝑙 𝑜𝑟𝑔𝑎𝑛𝑖𝑠𝑎𝑡𝑖𝑒𝑠, 𝑏𝑒𝑙𝑎𝑛𝑔𝑒𝑛 𝑒𝑛 𝑔𝑒𝑙𝑑𝑠𝑡𝑟𝑜𝑚𝑒𝑛 𝑒𝑟 𝐴𝐴𝑁 𝑑𝑒 𝑧𝑜𝑟𝑔 𝑧𝑖𝑗𝑛 𝑜𝑛𝑡𝑠𝑡𝑎𝑎𝑛. 𝑊𝑎𝑡 ℎ𝑒𝑡 𝑛𝑖𝑒𝑡 𝑑𝑒𝑒𝑑, 𝑤𝑎𝑠 ℎ𝑒𝑡 𝑔𝑟𝑜𝑡𝑒𝑟𝑒 𝑣𝑒𝑟ℎ𝑎𝑎𝑙 𝑣𝑒𝑟𝑡𝑒𝑙𝑙𝑒𝑛 𝑤𝑎𝑎𝑟 𝑑𝑎𝑡 𝑜𝑛𝑑𝑒𝑟𝑑𝑒𝑒𝑙 𝑣𝑎𝑛 𝑖𝑠. 𝐸𝑛 𝑝𝑟𝑒𝑐𝑖𝑒𝑠 𝑑𝑎́𝑡 𝑣𝑒𝑟ℎ𝑎𝑎𝑙 𝑏𝑙𝑒𝑒𝑓 𝑧𝑖𝑐ℎ 𝑜𝑝𝑑𝑟𝑖𝑛𝑔𝑒𝑛. 𝑊𝑎𝑎𝑟𝑜𝑚 𝑑𝑖𝑡 𝑏𝑜𝑒𝑘? […] 𝐷𝑖𝑡 𝑏𝑜𝑒𝑘 𝑣𝑒𝑟𝑡𝑒𝑙𝑡 𝑑𝑒 𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑒 𝑘𝑎𝑛𝑡 𝑣𝑎𝑛 ℎ𝑒𝑡 𝑣𝑒𝑟ℎ𝑎𝑎𝑙. 𝐻𝑒𝑡 𝑙𝑎𝑎𝑡 𝑧𝑖𝑒𝑛 𝑤𝑎𝑡 𝑒𝑟 𝑏𝑢𝑖𝑡𝑒𝑛 𝑏𝑒𝑒𝑙𝑑 𝑏𝑙𝑖𝑗𝑓𝑡 𝑤𝑎𝑛𝑛𝑒𝑒𝑟 𝑤𝑒 𝑧𝑜𝑟𝑔 𝑢𝑖𝑡𝑠𝑙𝑢𝑖𝑡𝑒𝑛𝑑 𝑏𝑒𝑛𝑎𝑑𝑒𝑟𝑒𝑛 𝑎𝑙𝑠 𝑘𝑜𝑠𝑡𝑒𝑛𝑝𝑜𝑠𝑡. 𝐻𝑒𝑡 𝑙𝑎𝑎𝑡 𝑜́𝑜́𝑘 𝑧𝑖𝑒𝑛 𝑤𝑎𝑡 𝑧𝑜𝑟𝑔 𝑜𝑝𝑙𝑒𝑣𝑒𝑟𝑡: 𝑔𝑒𝑧𝑜𝑛𝑑ℎ𝑒𝑖𝑑, 𝑘𝑤𝑎𝑙𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝑣𝑎𝑛 𝑙𝑒𝑣𝑒𝑛, 𝑝𝑎𝑟𝑡𝑖𝑐𝑖𝑝𝑎𝑡𝑖𝑒, 𝑎𝑟𝑏𝑒𝑖𝑑 𝑒𝑛 𝑚𝑎𝑎𝑡𝑠𝑐ℎ𝑎𝑝𝑝𝑒𝑙𝑖𝑗𝑘𝑒 𝑠𝑎𝑚𝑒𝑛ℎ𝑎𝑛𝑔. 𝑂𝑝𝑏𝑟𝑒𝑛𝑔𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑑𝑖𝑒 𝑧𝑒𝑙𝑑𝑒𝑛 𝑤𝑜𝑟𝑑𝑒𝑛 𝑚𝑒𝑒𝑔𝑒𝑤𝑜𝑔𝑒𝑛, 𝑚𝑎𝑎𝑟 𝑒𝑟 𝑤𝑒𝑙 𝑧𝑖𝑗𝑛. Mij is duidelijk dat de politiek dit niet gaat oplossen. Nee, de oplossing moet komen vanuit de burger en IN de zorg. Alles te vinden hier: https://lnkd.in/esjrf3MC

Waarom de zorg vastloopt in mooie woorden: taal telt

Wie de zorg een beetje volgt, hoort steeds dezelfde woorden terugkomen. Het gaat over: transitie, innovatie, opschaling, ecosystemen, duurzaamheid, veerkracht, zeggenschap of nieuw leiderschap. Die woorden klinken hoopvol, vooruitstrevend en positief. Ze suggereren vooruitgang en beweging. Maar wie goed luistert, hoort vooral herhaling We horen deze taal al jaren, terwijl de problemen hardnekkig blijven bestaan. Geen toeval Dat is geen toeval. De zorg heeft, net als veel andere sectoren, een eigen taal ontwikkeld: beleids-taal. Woorden waarmee problemen bestuurbaar worden gemaakt. Maar eigenlijk is het meer dan dat. Het gaat hier ook om bestuurstaal, beleidsjargon of systeemtaal. En als je nog wat dieper kijkt, in de kern legitimatie-taal. Taal die bestaande structuren legitimeert (rechtvaardigt) en beschermt. Die plannen mogelijk maakt, subsidies ontsluit met toverwoorden als passend of zelfredzaam en besluiten gladstrijkt, zonder het systeem zelf ter discussie te stellen. In dit artikel ga ik in op een aantal aspecten van legitimatie-taal. De andere kant van woorden Woorden doen er toe. Neem het personeelstekort. In de praktijk betekent dat: te weinig mensen op de werkvloer, hoge werkdruk en uitval. In beleidstaal wordt het een arbeidsmarktvraagstuk waarvoor innovatieve oplossingen nodig zijn en hoge werkdruk wordt een veerkrachtthema. Dat klinkt verstandiger, maar het verschuift de kern. Want over roosters, beloning, autonomie en tijd voor zorg wordt dan nog maar zelden gesproken. Beheersbaarheid als startpunt Dat deze taal geen toeval is, constateerden we al eerder. Ze hoort namelijk bij een bestuurscultuur die controle en beheersbaarheid nodig heeft. Beheersingsjargon zou je deze taal ook kunnen noemen. Alles moet meetbaar, vergelijkbaar en verantwoordbaar zijn. Alles wat niet meetbaar is, nabijheid, vertrouwen, professionele intuïtie (klinische blik), wordt al snel onzichtbaar of verdacht. Het systeem zegt dan niet hard ‘nee’, maar fluistert een indirect ‘nee’ via dashboards, indicatoren en formats. Verdoezel- of vaagtaal Legitimatie-taal werkt ook als verdoezeltaal. Ze verzacht pijnlijke realiteiten. Bezuinigingen worden transities of efficiëntieslagen. Schaarste wordt toekomstbestendigheid. Afwenteling heet eigen regie. Zo worden conflicten verdunt tot processen. Dat maakt de taal ook tot verdunningstaal: scherpe problemen lossen niet op, maar waaieren uit tot abstracte begrippen waar niemand eigenaar van is. En altijd klinkt het collectieve ‘wij’: ‘wij moeten het samen doen’. Wat stilzwijgend betekent: maar u iets meer dan wij. Onvermijdelijkheid Een ander kenmerk is onvermijdelijkheid. Digitalisering gebeurt nu eenmaal. De toekomst vraagt aanpassing. Transities laten zich niet tegenhouden. Door zo te spreken, verdwijnen alternatieven uit beeld. Wie vragen stelt bij richting of tempo, geldt al snel als niet constructief of als te negatief. Zo bepaalt taal wie mag meepraten. Wie de juiste woorden gebruikt, wordt gehoord. Wie ze bevraagt, staat buiten. Congrestaal of toverwoordentaal Deze taal werkt uitstekend op congressen, in beleidsnota’s, subsidieaanvragen en oneliners voor politici en bestuurders. Ze is vloeiend, optimistisch en vanzelfsprekend internationaal. Maar op de werkvloer klinkt een andere taal: te weinig tijd, te weinig mensen en te weinig ruimte om het goede te doen. Dat verschil is geen misverstand, maar een machtsverschil. Deze taal verkleint het denkbare. Wie voortdurend spreekt in transitietermen, kan moeilijk nog simpel zeggen: dit werkt niet, dit is onrechtvaardig, dit kost mensen. De taal organiseert wat gezegd kan worden. Maar vooral ook wat niet meer gezegd hoeft te worden. Afsluitend Legitimatie-taal is geen lege taal. Ze is functioneel. Ze maakt beleid mogelijk zonder strijd, verandering zonder schuld en actie zonder keuze. Juist daardoor houdt zij het bestaande systeem in stand. Wie voortdurend spreekt over innovatie, hoeft niet te erkennen dat oude structuren blijven domineren. Het is tijd om deze taal niet alleen te begrijpen, maar soms ook te weigeren. Dat betekent niet stoppen met organiseren, maar wel steeds terugvertalen naar gevolgen: meer of minder tijd voor patiënten, meer of minder zeggenschap voor professionals, meer of minder menselijkheid in het dagelijks werk. Soms begint verandering niet met nieuwe plannen, maar met het weigeren van lege woorden. In drie zinnen Zorg is geen managementconcept en geen toekomstvisie. Zorg gebeurt tussen mensen, hier en nu. En dat vraagt geen mooie taal, maar eerlijke woorden. DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar die kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis

‘Heilige zorghuisjes, is mantelzorg echt goedkoper dan betaalde zorg?’

De afgelopen jaren heb ik vaak stap voor stap blootgelegd wat er structureel misgaat in ons zorgsysteem. Elk bericht, rapport en boek zoomt in op een ander deel van dezelfde werkelijkheid, maar steeds wordt dezelfde rode draad zichtbaar: het systeem ondermijnt zichzelf. Heilige zorghuisjes, is zorg echt onbetaalbaar? In Heilige zorghuisjes – Is zorg echt onbetaalbaar? liet ik zien hoe bureaucratie, marktwerking en controlemechanismen de zorg steeds verder vastzetten. Niet de patiënt of professional staat centraal, maar regels, verdienmodellen en verantwoording. In Heilige zorghuisjes – Is er echt een personeelstekort ín de zorg? In Heilige zorghuisjes – Is er echt een personeelstekort ín de zorg? werd pijnlijk duidelijk dat het tekort niet alleen gaat over te weinig instroom, maar vooral over massale uitstroom. Zorgprofessionals verlaten hun vak omdat het systeem hen belemmert in plaats van ondersteunt. Het zorgsysteem jaagt zijn eigen mensen weg. ‘Heilige zorghuisjes – Is mantelzorg echt goedkoper dan betaalde zorg?’ Vandaag deel ik het rapport ‘Heilige zorghuisjes – Is mantelzorg echt goedkoper dan betaalde zorg?’.Hierin onderzoek ik de meest onzichtbare pijler van ons zorgstelsel: de mantelzorger. Wat ooit begon als warme, vrijwillige zorg, is in de praktijk uitgegroeid tot een stilzwijgende voorwaarde om het systeem overeind te houden. Mantelzorg wordt beleidsmatig neergezet als ‘goedkoop’ en ‘vanzelfsprekend’, terwijl de kosten, gezondheidsverlies, inkomensschade, overbelasting en ongelijkheid structureel buiten beeld blijven. De conclusie is confronterend én consistent met de eerdere rapporten: • We hebben een zorgsysteem gebouwd dat problemen verplaatst in plaats van oplost.• Van professionals naar families• Van betaalde arbeid naar onbetaalde inzet• Van collectieve verantwoordelijkheid naar individuele draagkracht En telkens opnieuw blijkt: wat op papier een besparing lijkt, wordt maatschappelijk een rekening, alleen niet bij de juiste partijen. En telkens opnieuw blijkt: wat op papier een besparing lijkt, wordt in de praktijk als rekening bij de maatschappij gelegd, niet bij de juiste partijen. De vicieuze cirkel draait door De vicieuze cirkel draait door: zorgprofessionals vallen uit, mantelzorgers raken overbelast en het systeem blijft zichzelf voeden met schijnoplossingen. DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen  alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar dit kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis.

MANIFEST PASSENDE UITGAVEN  

Marion Frissen & Marjet Veldhuis 11 november 2025 Passende Uitgaven Dát begrip introduceren wij met dit manifest. Voor een goed evenwicht in de meningsvorming over de kostenstijgingen in de zorg is namelijk een andere invalshoek nodig dan alleen de principes van Passende Zorg. Wij, dat zijn Marjet Veldhuis, auteur van het boek: Heilige Zorghuisjes: Is de zorg echt onbetaalbaar? en Marion Frissen, zorgpublicist, onder meer over de vraag: waar gaat ons zorggeld naartoe? Onze constatering is dat aan alles wat de zorg goedkoper moet maken, veel wordt verdiend. In het licht daarvan willen wij een Handreiking Passende Uitgaven maken als variant op het Kader Passende Zorg. Wij verwachten dat met de introductie van het begrip ‘Passende Uitgaven’ een verandering in het denken over de beheersbaarheid van de zorg kan ontstaan. We vertalen de principes Passende Zorg naar principes Passende Uitgaven. Vervolgens motiveren wij ons manifest en beschrijven we hoe we ermee aan het werk willen gaan. In het advies Passende Zorg (juni 2022) beschrijven de Nederlandse Zorgautoriteit en het Zorginstituut de 4 principes van Passende Zorg, die samen het ‘gedeelde kompas’ vormen voor iedereen die hieraan werkt. Het doel hiervan is “richting en sturing te geven vanuit de gedeelde missie om de zorg toekomstbestendig te maken“ (lees: qua kosten beheersbaar). De principes Passende Zorg zijn: Wij vervangen het woord zorg door het woord uitgaven. We komen dan uit op de volgende principes. TOELICHTING Aan de zorg wordt fors verdiend Samen hebben wij, ieder via een andere weg, veel informatie verzameld die onomstotelijk aantonen dat aan ons zorgsysteem veel geld wordt verdiend. Niet met het leveren van de zorg op de werkvloer, maar in steeds belangrijkere mate met het managen van die zorg, het adviseren van de managers, met het ontvangen van rente over leningen, het ontvangen van dividend door inbreng van ‘durfkapitaal’, met het helpen bij het vinden van goede bestuurders en toezichthouders, met het opnieuw uitvinden van wielen als oplossing voor de stijgende zorgvraag en met het leveren van softwareprogramma’s die het werk van de zorgverleners moeten vergemakkelijken. Wij stellen vast dat sinds de invoering van de gereguleerde marktwerking (2006) de zorgmarkt voor zorgvreemde actoren erg interessant is om toe te treden. Het is immers een sector waarvan de diensten met verplichte premies en belastingen worden vergoed en de risico’s voor investeerders geringer zijn dan in het bedrijfsleven. En een goede gezondheid is voor veel mensen het allerbelangrijkste wat er is; het mag dus wat kosten. Er wordt behoorlijk Aan de zorg verdiend en banken zijn met een totaal aan uitgeleend vermogen van € 20 miljard (laatst bekende onderzoek is uit 2017) de onzichtbare hand van de markt. Investeringen zijn uiteraard noodzakelijk om de zorgsector draaiende te houden. Maar wanneer het bij kostenbeheersing keer op keer de focus eenzijdig wordt gelegd op het beteugelen van de vraag dan is dat in onze ogen onevenwichtig en onrechtvaardig. Een andere focus is nodig Al een aantal decennia willen de meeste politici en beleidmakers de kosten van de zorg beheersen of zelfs verlagen door de vraag naar zorg in te dammen. Ideeën die dan voorbij komen zijn: meer geld naar preventie, het uitkleden of bevriezen van het basispakket, het verhogen van de eigen bijdrage en het eigen risico en meer inzet van mantelzorgers. Alleen het onderzoek naar de effecten van deze mogelijkheden heeft al veel geld gekost. Maar bijna geen enkele politieke partij heeft zich in de afgelopen decennia de vraag gesteld of het ook mogelijk is om de uitgaven Aan de zorg eens kritisch onder de loep te nemen. Hiermee bedoelen we die uitgaven die niet rechtstreeks te koppelen zijn aan de zorg op de werkvloer, de zorgverlener en aan de zorgvrager. Het boek Heilige Huisjes, Is de zorg echt onbetaalbaar? biedt een waardevol overzicht van actoren die Aan de zorg verdienen en geeft daarmee een eerste aanzet om iets te doen aan het beteugelen van de zorguitgaven. Regelmatig wordt gesproken over de zorgsector als een mammoettanker die niet meer is bij te sturen en tegen de klippen vaart. Wij zijn van mening dat wanneer er een andere kapitein op de tanker komt en een aantal organisaties en mensen overstappen, we te maken krijgen met een bestuurbare boot die is uitgerust met alle voorzieningen die een aangenaam verblijf mogelijk maken Zorgbestuurders, beleidsmakers en politici drijven zelf de kosten op De zorgmarkt gedraagt zich steeds meer als een financiële markt. Zorgverzekeraars, banken, private equity hebben hierbinnen veel (onzichtbare) invloed. Het wrange is dat bestuurders en raden van toezicht van zorginstellingen deze invloed zélf vergroten. Ze huren vaak dure bureaus in om hun bedrijfsvoering te helpen managen. En ondanks dat de HRM-afdelingen vaak goed bemenst zijn, wordt er toch voor gekozen om een extern recruitmentbureau in te huren voor het werven van personeel op staf- en directie-/bestuursniveau. De tijd van adverteren met de toevoeging ’acquisitie niet gewenst’ ligt ver achter ons. Ook worden afdelingen verkocht, soms om ze daarna weer terug te leasen. De onderdelen worden afgestoten om verliezen te compenseren. Maar bij de langetermijneffecten op de kosten en de maatschappelijke opdracht van de zorgonderneming staat men dan onvoldoende stil. Ook raden van toezicht (vaak zelf bestuurders en steeds meer met een financiële achtergrond/focus) stellen hierover weinig vragen. Ze zijn amper kritisch op de inhuur van adviseurs, contracten met kostbare ICT-leveranciers, hoge beloningen voor bestuurders en (waar dat is toegestaan) winstuitkeringen, zolang de organisatie maar in de buurt van zwarte financiële cijfers blijft. De overheid zelf geeft vaak veel geld uit aan projecten zonder dat wordt nagegaan of er al eerder vergelijkbare projecten zijn uitgevoerd en wat hiervan de resultaten waren. Slechts enkele voorbeelden zijn de dereguleringsprojecten en de vele preventiepilots en -afspraken. Het lijkt er soms op alsof de wereld van het zorgbeleid pas gisteren is ontstaan. Goed onderbouwde rapporten van gezaghebbende adviesorganen verdwijnen vaak in een la. Veel politici en beleidsmakers verdiepen zich onvoldoende in de geschiedenis en werking van het zorgstelsel. Dat alles maakt de zorg weer onnodig duur. Weinig zicht op de directe relatie zorgvraag en zorgkosten Wij

Zorggeld als winst: Hoe uw premie niet zichtbaar verdwijnt in handen van investeerders

Een korte reactie op het Skipr-artikel ‘Winstverbod in de zorg botst met Europees recht’ We betalen allemaal. Iedere maand, keurig op tijd. Zorgpremie, eigen risico, zorgbelasting. Het is een van de zekerheden van het leven in Nederland: ziek of gezond, jong of oud, iedereen draagt zijn steentje bij aan een zorgstelsel dat solidair en betrouwbaar zou moeten zijn. Maar wat als dat zorggeld, dat u en ik verplicht afdragen, niet terechtkomt bij de verpleegkundige die overuren draait, of bij de specialist die de wachtlijst probeert te verkorten, maar bij een niet zichtbare investeerder? Wat als dit niet eens fraude is, maar gewoon volgens de regels? De legale omzeilroute Welkom in de wereld van de zorgconstructies. Een wereld waar non-profit stichtingen zorggeld ontvangen van verzekeraars – geld dat volgens de wet niet als winst mag worden uitgekeerd – en datzelfde geld vervolgens “uitbesteden” aan hun eigen BV’s. Die BV’s, vaak eigendom van dezelfde bestuurders of hun investeringsvehikels, sturen keurig een factuur terug aan de stichting: ‘voor managementdiensten’, ‘voor personeel’, ‘voor vastgoed’. Marktconform, natuurlijk. En wat overblijft in die BV, dát mag gewoon als winst worden uitgekeerd. Een doorgeefluik van premie naar privékapitaal, keurig binnen de lijntjes. De Raad van State geeft ze nu gelijk De Raad van State, hoogste bestuursrechter van het land, oordeelde onlangs dat het winstuitkeringsverbod in de medisch-specialistische zorg niet coherent en niet consistent is.Oftewel: de overheid weet zelf niet meer waarom de één wel winst mag maken en de ander niet. Radiology Holland BV, een buitenlands radiologiebedrijf, kreeg geen toestemming om in Nederland te opereren omdat het winst wilde uitkeren. Maar de rechter zei: ‘Wacht even. Vrijgevestigde medisch specialisten doen dat via hun eigen BV’s al jaren. Wat is dan precies het probleem?’ En dus sneuvelde het verbod. Een tik op de vingers van de minister. Een zege voor de zorgondernemers. En een rode loper voor investeerders die nu ‘veilig’ kunnen instappen. De rekensom van de realiteit U betaalt premie -> Uw zorgverzekeraar betaalt een instelling ->Die instelling betaalt een BV-> en die BV betaalt dividend. En ergens in die keten verdwijnt de morele bedoeling van solidariteit als sneeuw voor de zon. Het ‘wij’ maakt plaats voor het ‘ik’. Bestuurders spreken ondertussen over ‘beheersing van de zorgkosten’, ‘efficiency’, en ‘de noodzaak van hervormingen’. Ze vertellen ons dat de zorg onbetaalbaar wordt, dat er keuzes gemaakt moeten worden, dat de premie omhoog moet. Maar zelden vertellen ze dat een deel van die stijgende zorgkosten, uw premie, gewoon weglekt naar privévermogen. Een stelsel dat moreel lek is Het wrange is: niemand overtreedt de wet. Integendeel, de Raad van State bevestigt: het is allemaal legaal, want de overheid zelf heeft het te onduidelijk geregeld. De constructies zijn niet het probleem — het ontbreken van grenzen is dat. De minister kan het niet uitleggen, het parlement durft het niet aan te scherpen, en ondertussen is de zorg een pinautomaat geworden met een wit jasje aan. En terwijl de verpleegkundige haar vierde nachtdienst draait, rinkelt elders een dividendbel. De vraag is nu niet meer of het mag, maar of we het willen De uitspraak van de Raad van State laat juridisch weinig ruimte: als de overheid winstuitkering in de zorg wil verbieden, moet ze dat consequent en goed onderbouwen. Maar moreel is de ruimte wél duidelijk. Willen we een zorgstelsel waarin zorggeld – uw geld – eindigt in winstuitkeringen? Of vinden we dat zorg een publieke dienst is, en geen belegging? Zolang Den Haag dat niet durft te beantwoorden, blijven we betalen. En blijven anderen incasseren. Keurig binnen de lijntjes. Tot slot Allereerst: Vanzelfsprekend moet er ruimte zijn om goede bedrijfsvoering te garanderen. Maar als u weer eens de slogans van ziekenhuizen leest (bijvoorbeeld ‘samen kunnen we meer’ of ‘to have a significant impact on health and healthcare)’, denk dan aan bovenstaande informatie. Disclaimer Alle informatie en/of artikelen mogen alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar dit kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis. 

Heilige zorghuisjes, is er echt een personeelstekort ín de zorg?

Het personeelstekort in de zorg is geen op zichzelf staand fenomeen, maar het gevolg van het systeem zelf. Dat blijkt uit het mijn rapport ‘Heilige zorghuisjes, is er echt een personeelstekort IN de zorg? (Waarom het zorgsysteem zichzelf ondermijnt)’. Niet alleen het gebrek aan instroom, maar vooral ook de hoge uitstroom en het verzuim, gevoed door beleid en bureaucratie, zijn de kern van het probleem. Achter dit alles staan de niet zichtbare spelers binnen het zorgstelsel – ministeries, verzekeraars en toezichthouders – die formeel legitiem zijn, maar niet zichtbaar de uitkomst bepalen. Harde feiten uit het rapport Het ziekteverzuim in de zorg is 7,3%, ruim boven het landelijk gemiddelde (5,2%) – een kostenpost van €10,7 miljard per jaar. (een kleine 10% van het totale budget) 18% van de afgestudeerden verlaat de zorg binnen twee jaar; in sommige sectoren loopt de uitstroom zelfs op tot 23%. De instroom in zorgopleidingen halveerde de afgelopen jaren, terwijl de uitval tijdens de studie hoog blijft (20–32%). Tot wel 40% van de werktijd van zorgprofessionals gaat op aan administratie in plaats van zorg. De niet zichtbare spelers De vicieuze cirkel wordt in stand gehouden door de niet zichtbare spelers: beleidsmakers en instituties die vanuit de coulissen een belangrijke stempel hebben op hoe de zorg functioneert. Het zorgstelsel heeft geen formele eigenaar, maar wordt gestuurd door deze spelers – partijen die wel de spelregels bepalen, maar niet zichtbaar verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen. Slachtoffers van het systeem Door deze verdekte regie raken zorgprofessionals uitgeput, mantelzorgers overbelast en blijft de patiënt met de rekening achter. We weten al jaren waarom mensen de zorg verlaten. Toch verandert er niets, omdat macht en belangen de oplossingen blokkeren. Het systeem draait om zichzelf, niet om de mensen in de zorg. Oproep tot verandering Ik stel drie lijnen voor om te voorkomen dat het zorgsysteem zichzelf verder ondermijnt” Over het rapport Het rapport “Heilige zorghuisjes, is er echt een personeelstekort IN de zorg? (Waarom het zorgsysteem zichzelf ondermijnt)” verscheen in oktober 2025 en brengt de oorzaken van het zorgtekort in kaart met harde cijfers, historische context en de rol van de niet zichtbare spelers. DISCLAIMER Alle informatie en/of artikelen mogen  alleen gedeeld worden met bronvermelding. Verwijzing naar dit kennisplatform en auteur Marjet Veldhuis.